David Vos

Hoedenmaker



Vaste columnist Couturekrant

David vertrouwt regelmatig zijn gedachten toe aan het papier, digibeet als hij is grijpt hij naar het vertrouwde pen en papier om vervolgens Phia Baruch van de Couturekrant deelgenoot te maken van zijn zieleroerselen.

Onderstaande bijdrage stond eerder op de Couturekrant


Ik draag mijn hoed zoals ik dat wil!

Dit verhaal is aan de werkelijkheid ontleend. Je zou het anders bijna niet geloven! David is in het Spiegelkwartier in Amsterdam gevraagd als voorzitter van de hoedenjury. Dit ter gelegenheid van de Antiek 6-Daagse die hier nu gehouden wordt. En bij deze gelegenheid wordt in een mooie tuin aan wat gasten een drankje aangeboden op voorwaarde dat de dames onder de gasten hun mooiste hoed opzetten.

Het is mooi weer en het blijft droog. Het evenement vindt precies aan de overkant van een bekend restaurant plaats. Het heet Pasta e Basta en het bestaat juist 10 jaar. Dit restaurant werd zeer bekend doordat de obers en serveersters ontzettend mooi zingen terwijl ze het eten serveren.

In deze kunstzinnige sfeer vindt nu een hoedenverkiezing plaats. De gast met de mooiste hoed krijgt een prijs. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een mooie exemplaren… Ik ben weliswaar voorzitter van de hoedenjury. Maar de stem van de andere juryleden telt natuurlijk ook zwaar alhoewel zij niet zoals ik echt uit het hoedenvak komen.
Terwijl wij onze punten geven valt ons oog op de verrassende verschijning van een aanwezige heer die als hoed een kleurige verentooi draagt op zijn hoofd. De dames vinden het wel amusant. En de jury vindt het een moedig initiatief.
Wij besluiten daarop ook een mannenhoeden-prijs uit te reiken aan hem. Hij ontvangt een fles champagne.

Bij de dames is het moeilijk kiezen. We kiezen ervoor een dame in een mooie zwarte jurk de prijs voor de origineelste hoed te geven. Ze draagt een zwarte strohoed van verschillende etages die spits toeloopt. Het is een “klederdracht”- hoed van een Afrikaanse negerstam.
Eigenlijk meer een mannenhoed maar met veel gratie door deze mevrouw gedragen. Dus zeker de originaliteitsprijs waard.

De eerste prijs is voor een crèmekleurige strohoed in a-symetrische vorm die zeer elegant belijnd is. We zijn allemaal zeer onder de indruk van dit hoofddeksel tot ik tot mijn schrik ontdek dat de beeldschone hoed … precies omgedraaid is opgezet.
Ondanks de prijs knaagt het aan mijn hoedenmakers-geweten. Ik voel mij verplicht het te zeggen tegen de betreffende dame maar ik aarzel. Misschien gaat de betreffende dame mij dit zeer kwalijk nemen.

Er is echter ook een bekende kunstcriticus op de party aanwezig. Ik zie hem wel eens in “Tussen kunst en kitsch” commentaar geven. Hij is gespecialiseerd in Art déco en Jugendstil. Hij merkt meteen dat ik ergens mee zit. “Hier mag je niet over twijfelen,” spoort hij mij aan. “Je moet het onmiddellijk gaan vertellen. Eerlijk zijn. Prijs of geen prijs.”
Ik loop eerst een eindje rond door de tuin. Met lood in mijn schoenen. Hij kijkt mij na. Ik voel wel dat ik het moet zeggen. Dan stap ik op de dame in kwestie af. Ze zegt meteen: “Maar David Vos… Wij kennen elkaar toch? Als jong meisje heb ik al met mijn moeder een hoed bij je gekocht. Heel lang geleden hoor.”

Het blijkt de bekende mooie actrice Liz Snoink te zijn. En nu is het opeens niet zo moeilijk meer om haar het hoedennieuws door te geven. Haar begeleider begrijpt ook meteen wat ik bedoel.
“De lage kant van de a-symetrische hoed moet altijd links gedragen worden. Daar is de garnering ook op berekend. Het is namelijk voor de heer die de dame begeleidt heel storend als de lage kant van de hoed tussen hem en haar oor in zit… Ook hoort het naadje van de bies om de hoed heen middenachter te zitten en niet precies boven de neus.”

Tot hilariteit van de aanwezigen mag ik de hoed ook omdraaien. De actrice slaakt een zucht van opluchting daarna: “Vreemd hoor. Hij zit nu ook prettiger.”
Logisch: daar is de vorm van de bol ook op gemaakt. (Zet dus alleen als je boos bent je hoed fout op!)

Natuurlijk is er ook later weer een mevrouw die zei: “ik zet mijn hoed op zoals ik dat wil. Ik trek mij daar echt niets van aan.”
Dat is mij dan ook best. Deze mevrouw is overigens een heel recalcitrant type. Ze kwam ooit eens bij mij in de hoedensalon en zei meteen: "“k ziet het al. Hier is niets voor mij bij."

Ik was totaal stupéfait. En ik heb ook meteen keurig de buitendeur voor haar opengehouden.